In Nederland eindigt ongeveer 305 kiloton textiel per jaar bij het restafval. Om dit tegen te gaan is er sinds 1 juli 2023 het Besluit uitgebreide producentenverantwoordelijkheid Textiel (UPV). Hierdoor zijn producenten niet alleen verantwoordelijk voor het maken van producten, maar ook voor wat er gebeurt met deze spullen als hun klant ze niet meer wil. De UPV zorgt ervoor dat de textielsector zelf het afvalbeheer van haar producten regelt en betaalt. Nederland heeft doelen gesteld voor hergebruik en recycling tot 2030. Zo moedigt de overheid de textielbranche aan om afval te verminderen en steeds meer oud textiel te hergebruiken en recyclen.
De uitgebreid producenten-verantwoordelijkheid is niets nieuws. De auto-industrie is bijvoorbeeld sinds 2020 verantwoordelijk voor het afvalbeheer van autobanden. Ook producenten van huishoudelijke apparaten hebben te maken met een UPV.
Het afvalbeheer ziet er na de invoering van de UPV Textiel als volgt uit:
- Producenten maken textiel
- Importeurs/producenten brengen textiel in de handel
- Klanten kopen en gebruiken textiel
- Klanten danken textiel af
- Textiel wordt ingezameld en gesorteerd
- Textiel wordt gerecycled of gerepareerd
- Daarna wordt het product of alleen de grondstoffen hergebruikt en begint het proces opnieuw.
Voor wie geldt de UPV Textiel?
De UPV Textiel geldt voor bedrijven die textiel voor de Nederlandse markt produceren of importeren en deze als eerste in de handel brengen.
Keuze voor de bedrijven: zelf organiseren, of aansluiten bij een collectief
Producenten die onder de UPV regeling vallen hebben een keuze te maken: zelf de organisatie van de recycling en hergebruik organiseren of dit overlaten aan een van de PRO’s. Ook de ondernemers in de textielverzorging die textiel op de markt brengen moeten kiezen. Een recente ontwikkeling is dat er drie PRO’s zijn opgericht. Zo zijn er meerdere opties.
Optie1: Zelf organiseren
- Producenten melden zich niet aan bij een PRO. Ze organiseren het bereiken van de doelstellingen zelf en rapporteren zelf aan RVO. Voordeel: men betaalt geen heffingen. Nadeel: men moet zelf het producthergebruik en de recycling organiseren, en dit kunnen aantonen aan de inspectie. Ook is een mogelijk nadeel dat een PRO AVV verklaard wordt. De regels van deze PRO gaan dan gelden. Producenten moeten dan toch de heffingen betalen.
- Als een producent besluit zelf te rapporteren moet deze jaarlijks vóór 1 augustus een verslag bij RVO indienen. Daarin beschrijft men hoe men de UPV-verplichtingen nakomt en hoeveel producten men het voorgaande kalenderjaar in de handel bracht.
- De doelstellingen gelden pas per 2025. Daarom hoeven producenten in de verslagen in de jaren 2024 en 2025 (over 2023 en 2024) minder te rapporteren dan in de jaren daarna. Men hoeft de eerste jaren alleen verslag te doen van het type en de hoeveelheid in de handel gebrachte textielproducten. In het verslag in 2026 (over het jaar 2025) zal daar meer bijkomen, zoals de resultaten van de doelstellingen.
Optie 2: Aansluiten bij een producentenorganisatie (PRO)
- Producenten sluiten zich aan bij een van de producentenorganisaties. Hierbij geeft men jaarlijks aan de PRO door hoeveel gewicht textiel men verwacht op de markt te brengen. Een jaar later geeft men door wat het daadwerkelijk verkocht bedraagt. Op basis hiervan wordt er een jaarlijkse textielbijdrage (heffing) betaald.
- Producentenorganisaties organiseren het inzamelsysteem en maken afspraken met textielinzamelaars, sorteerders, kringloopwinkels en recyclers. Belangrijkste voordelen: de PRO neemt dus de verantwoordelijkheid om doelstellingen te halen van de producent over.
- De producentenorganisaties zorgen ook voor een rapportage van de hoeveelheden textiel en de recyclingdoelstellingen aan het ministerie van Infrastructuur en Rijkswaterstaat.
Huidige PRO’s
In 2023 was de Stichting UPV Textiel de eerste (en toen nog enige) PRO. Dit jaar zijn er twee PRO’s bijgekomen waar UPV Textiel-plichtigen zich bij kunnen aansluiten.
1. Stichting UPV Textiel

- Opgericht door de brancheorganisaties voor mode en retail. Deze PRO heeft zich tijdens de ontwikkeling getoond als een PRO voor de fashionindustrie, dus gericht op de consumentenstromen. De aandacht voor professioneel textiel was zeer beperkt. Er is geen ruimte in de governance ingeruimd voor textielservicebedrijven. De focus lijkt gericht op: voldoen aan wetgeving.
- Men tekent de Textiel Beheer Bijdrage Overeenkomst (TBBO). Daarbij biedt deze PRO ‘korting’ aan wasserijen. Deze bestaat uit de uitbetaling van een vergoeding per kilo die wasserijen zelf verwerken. Voordeel van aansluiten: de PRO neemt de verantwoordelijkheid om doelen te halen over. Nadeel: Men betaalt heffingen. Deze PRO rekent 20 ct per kilo van alle textiel die op de markt is gezet, en ook is er dus een ‘terugbetaling’ van 15 ct terug voor de kilo’s die een producent NIET aanbiedt aan de PRO, maar zelf laat verwerken. Deze 15 ct is een schatting van logistieke kosten (verzamelen, sorteren) en wordt in 2025 aangepast na een kostprijsonderzoek. Het is niet duidelijk wat het tarief dan wordt.
- Daarnaast wordt het deelnemen aan een opschaalbaar initiatief om de recycling markt te ontwikkelen beloond. Tarieven zijn verder nog onbekend.
2. Collectief Circulair Textiel

- De PRO Collectief Circulair Textiel (CCT) komt voort uit de Fair Resource Foundation. Ze werken samen met Cibutex. Er is ruimte om een plek in te nemen in de governance want het doel is de hele textielketen een vertegenwoordiging te geven. De focus lijkt gericht op: circulair textiel werkelijk verder helpen.
- Men tekent daar de overeenkomst. Voordeel: de PRO neemt de verantwoordelijkheid om doelen te halen over. Nadeel: Er zijn nog enkele zaken niet helemaal duidelijk, doordat dit een nieuwe PRO is. Deze PRO rekent voor 2025 18 ct per kilo van alle textiel die op de markt is gezet. Deze 18 ct/kilo is het totaalbedrag voor volledige ontzorging.
- Voor eventueel nog lopende contracten die textielservicebedrijven hebben met huidige partners biedt CCT de mogelijkheid om hierover het gesprek aan te gaan en een (tijdelijke) maatwerkconstructie aan te gaan, zodat leden niet dubbel betalen.
3. Landbell Group

- Tot slot is er de Landbell Group (European Recycling Platform). Deze komt voort uit een consultancybedrijf voor compliance in milieu en chemie. Er is geen ruimte om een plek in te nemen in de governance. De focus lijkt gericht op: compliance.
- Men tekent daar de overeenkomst. Voordeel: de PRO neemt de verantwoordelijkheid om doelen te halen over. Nadeel: Men betaalt heffingen. De tarieven zijn onbekend.
Wat nu te doen?
Een eenduidig advies is onmogelijk te geven. Elke producent moet zelf de afweging maken op basis van de beschikbare kennis en bepalen welke argumenten en factoren voor hen het zwaarst wegen. Heeft men de recycling van afgekeurd textiel al zelf goed orde? Dan is zelf organiseren een goede optie. Maar als de vraag naar recycling capaciteit stijgt door de start van de nieuwe wetgeving kan dit op termijn lastiger blijken. Zeker nu de vraag naar gerecycled textiel wegvalt door de opkomst van ultra fast fashion.
Heeft men contracten voor verwerking die men goed kan inpassen in de afspraken met CCT? Dan is dat wellicht de juiste keuze. Zeker als een vergaande verduurzaming onderdeel van de ambitie is .
Maar zoals gezegd, elke onderneming moet hier zelf de afweging in maken.
Mede door het toegenomen aantal keuzes gaat de sector een spannende tijd tegemoet. De rol van duurzaamheid zal prominenter worden, niet alleen als een vereiste van wet- en regelgeving, maar ook als een strategische pijler om vertrouwen en merkloyaliteit bij klanten te versterken. ■